woensdag 29 februari 2012
maandag 27 februari 2012
Bij tante
(in Soerendonk)
Tante Mien was dik, tenminste
haar borsten waren dik, de witte mik paste precies
daartussen. Met haar mes maakte ze een kruis +
over het brood en, het zegenen werkte!
Ze verjoeg er de satan mee en ander onzichtbaar
gespuis en zij ging nooit te ver.
De snee brood hield ze tussen duim
en mes ons voor. Wie?
zei ze. Zzz, de impertinente
vliegen waren vlugger dan vlug.
Als levende krenten kropen ze over het brood
en hoe wij ook met onze handen zwaaiden,
geen vlieg die zich verjagen liet.
Ze waren nog voor de dooie dood niet bang,
zelfs voor duizend
vlugge kruistekens niet.
zondag 26 februari 2012
zaterdag 25 februari 2012
HOREN ZIEN EN ZWIJGEN
Ik hoor niet wat jij ziet.
Ik zie niet wat jij zegt.
Ik zeg niet wat jij hoort.
Ik hoor niet wat jij zegt.
Ik zie niet wat jij hoort.
Ik zeg niet wat jij ziet.
Ik hoor niet wat jij hoort.
Ik zie niet wat jij ziet.
Ik zeg niet wat jij zegt.
Jij zegt niet wat ik zeg.
Ik zeg niets.
Dat hoor ik wel,
jij hebt niets gezien.
Ik hoor niet wat jij ziet.
Jij ziet niet wat hij zegt.
Hij zegt niet wat ik hoor.
Ik hoor niet wat jij zegt.
Jij ziet niet wat hij hoort.
Hij zegt niet wat ik zie.
Ik hoor niet wat jij hoort.
Jij hoort niet wat hij ziet.
Hij zegt niet wat ik zeg.
Hij zegt niets.
Dat hoor ik wel,
maar jij heb niets gezien.
vrijdag 24 februari 2012
woensdag 22 februari 2012
dinsdag 21 februari 2012
Anna Blume
Chemsha-bongo:
1: Hawa, Ua langu, ni karanga.
2 : Hawa, Ua Langu, ni mwekundu.
3 : Karanga ni rangi gani ?
maandag 20 februari 2012
zondag 19 februari 2012
zaterdag 18 februari 2012
vrijdag 17 februari 2012
Sol fa si
een vogel
zingt
een noot of drie
sol fa si
tiedelie
wolken
worden zachtroze
en wit
bomen
krijgen een randje
van licht
de zon
doet alsof
hij daarachter zit
maar volgens mij
was het de vogel
met zijn noot of drie
sol fa si
tiedelie
donderdag 16 februari 2012
Wolkenformaties stomen op over
De Fantastische Oceaan de wind
Zit erachter
Hij is tegen saaiheid
Wolken kennen geen afgunst
En zijn niet verwaand.
Ze bewegen en als zij een ziel hadden
Zouden zij geroerd zijn
En zo gaan zij voort
Vinden altijd ruimte
Zelfs als ze in botsing komen
Met wat ze zelf verzinnen
dinsdag 14 februari 2012
Het steentje.
Het steentje
was van ver gekomen
uit de Grote Steenwoestijn,
het was heel klein,
en het was ver van huis
en zat nu in de schoen
van Jozefientje Jozefijn.
In de linkerschoen zat het,
voorin, tegen haar grote teen.
Hoe het daar kwam ?
Geen mens die dat nu weet.
Het deed pijn
bij het lopen en ze heeft meteen
het steentje uit haar schoen geschud.
Dat vond het steentje fijn.
Het wilde allang terug naar de woestijn.
En Jozefientje Jozefijn
vond het meer dan goed
en ook haar linkervoet.
Haiku
Maandag op dinsdag
De zee zwarter dan de lucht
De maan een haaltje
maandag 13 februari 2012
Aan niemand niet
we hebben gedaan wat we konden
we ontwaakten in de sneeuw
een droom was er niets bij
we gingen op weg dat wil zeggen
we sloegen wegen in
al wisten we niet waarheen te gaan
we doorkruisten de zware dennenbossen
‘s zomers beklommen ‘s winters de kale heuvels
om ver te kunnen kijken wat zagen we
we keken naar de sterren in de verte
gaven ze mooie namen als
als ze die al niet hadden
we lazen het asgrijze verleden
we lazen de roetzwarte toekomst
ertussen zat zo goed als niets
op een onzekere dag zagen we een vrouw
met een tomaatrode kinderwagen
in de regen en later weer
dezelfde vrouw treurig zo treurig
en zeer terneergeslagen
bij een graf prachtig in de zon
we telden de flesgroene golven van de zee
we zochten tussen de kille zwarte stenen
in het afgaande water
en in het warme witte zand
we vonden niets van waarde
we hadden niets beloofd
aan niemand niet



