Het Slakkengangvogeltje.
De vogeltjes komen vlug, vlug, vlug,
vlug naar de pinda’s
die aan een draadje hangen.
Pin, pin, pin,
da, da, da.
De vogels pikken
in de pinda’s
pik, pik, pik.
Ze eten alles op, pik,
en vliegen daarna vlug weg.
Geen enkel pindaatje
hangt meer aan het draadje !
Alleen de Slakkengangvogel komt nog.
Die gaat zo langzaam,
zo langzaam. Die vogel
is altijd te laat
en is nooit eens de eerste.
Nu is er voor hem geen pinda meer,
geen pin, pin, pin,
en geen da, da, da.
Arm Slakkengangvogeltje!
Het fluit langzaam en laag en droevig en
traag vliegt het weg.
Weg, weg, weg.
Zijn vleugels gaan maar langzaam
op en neer. Geen pinda meer,
geen pin, pin, pin.
Geen da, da, da.
En nu komt hij weer te laat thuis.
Altijd, altijd en overal is hij te laat,
dat Slakkengangvogeltje.
0 reacties:
Een reactie plaatsen