Aan niemand niet
we hebben gedaan wat we konden
we ontwaakten in de sneeuw
een droom was er niets bij
we gingen op weg dat wil zeggen
we sloegen wegen in
al wisten we niet waarheen te gaan
we doorkruisten de zware dennenbossen
‘s zomers beklommen ‘s winters de kale heuvels
om ver te kunnen kijken wat zagen we
we keken naar de sterren in de verte
gaven ze mooie namen als
als ze die al niet hadden
we lazen het asgrijze verleden
we lazen de roetzwarte toekomst
ertussen zat zo goed als niets
op een onzekere dag zagen we een vrouw
met een tomaatrode kinderwagen
in de regen en later weer
dezelfde vrouw treurig zo treurig
en zeer terneergeslagen
bij een graf prachtig in de zon
we telden de flesgroene golven van de zee
we zochten tussen de kille zwarte stenen
in het afgaande water
en in het warme witte zand
we vonden niets van waarde
we hadden niets beloofd
aan niemand niet
0 reacties:
Een reactie plaatsen