maandag 27 februari 2012

Winter, vervolg

 

Winter, vervolg

 

Bij tante

(in Soerendonk)

 

Tante Mien was dik, tenminste

haar borsten waren dik, de witte mik paste precies

 

daartussen. Met haar mes maakte ze een kruis +

over het brood en, het zegenen werkte!

 

Ze verjoeg er de satan mee en ander onzichtbaar

gespuis en zij ging nooit te ver.

 

De snee brood hield ze tussen duim

en mes ons voor. Wie?

 

zei ze.  Zzz, de impertinente

vliegen waren vlugger dan vlug.

 

Als levende krenten kropen ze over het brood

en hoe wij ook met onze handen zwaaiden,

 

geen vlieg die zich verjagen liet.

Ze waren nog voor de dooie dood niet bang,

 

zelfs voor duizend

vlugge kruistekens niet.

 

 

zaterdag 25 februari 2012

 

HOREN ZIEN EN ZWIJGEN

 

Ik hoor niet wat jij ziet.

Ik zie niet wat jij zegt.

Ik zeg niet wat jij hoort.

Ik hoor niet wat jij zegt.

Ik zie niet wat jij hoort.

Ik zeg niet wat jij ziet.

Ik hoor niet wat jij hoort.

Ik zie niet wat jij ziet.

Ik zeg niet wat jij zegt.

Jij zegt niet wat ik zeg.

Ik zeg niets.

Dat hoor ik wel,

jij hebt niets gezien.

 

Ik hoor niet wat jij ziet.

Jij ziet niet wat hij zegt.

Hij zegt niet wat ik hoor.

Ik hoor niet wat jij zegt.

Jij ziet niet wat hij hoort.

Hij zegt niet wat ik zie.

Ik hoor niet wat jij hoort.

Jij hoort niet wat hij ziet.

Hij zegt niet wat ik zeg.

Hij zegt niets.

Dat hoor ik wel,

maar jij heb niets gezien.

 

 

 

 

dinsdag 21 februari 2012

Anna Blume

Chemsha-bongo:

 

1:  Hawa, Ua langu, ni karanga.

2 : Hawa, Ua Langu, ni mwekundu.

3 : Karanga ni rangi gani ?

vrijdag 17 februari 2012

Sol fa si

 

een vogel

zingt

een noot of drie

 

sol fa si

tiedelie

 

wolken

worden zachtroze

en wit

 

bomen

krijgen een randje

van licht

 

de zon

doet alsof

hij daarachter zit

 

maar volgens mij

was het de vogel

met zijn noot of drie

 

sol fa si

tiedelie

 

 

 

 

 

donderdag 16 februari 2012

Wolkenformaties stomen op over

De Fantastische  Oceaan de wind

Zit erachter

Hij is tegen saaiheid

Wolken kennen geen afgunst

En zijn niet verwaand.

Ze bewegen en als zij een ziel hadden

Zouden zij geroerd zijn

En zo gaan zij voort

Vinden altijd ruimte

Zelfs als ze in botsing komen

Met wat ze zelf verzinnen

 

 

 

 

dinsdag 14 februari 2012

Het steentje.

 

Het steentje

was van ver gekomen

uit de Grote Steenwoestijn,

het was heel klein,

en het was ver van huis

en zat nu  in de schoen

van Jozefientje Jozefijn.

 

In de linkerschoen zat het,

voorin, tegen haar grote teen.

Hoe het daar kwam ?

Geen mens die dat nu weet.

Het deed pijn  

bij het lopen en ze heeft meteen

het steentje uit haar schoen geschud.

 

Dat vond het steentje fijn.

Het wilde allang terug naar de woestijn.

En Jozefientje  Jozefijn

vond het meer dan goed

 

en ook haar linkervoet.

  

Haiku

 

 

 

Maandag op dinsdag

De zee zwarter dan de lucht

De maan een haaltje

 

 

 

Vergeten

 

Spoorzoeken ( steentjes, amandelen, krijt)

 

maandag 13 februari 2012

Veules les Roses

 

 

Baie de Somme

 

Aan niemand niet

 

we hebben gedaan wat we konden

we ontwaakten in de sneeuw

een droom was er niets bij

 

we gingen op weg dat wil zeggen

we sloegen wegen in

al wisten we niet waarheen te gaan

 

we doorkruisten de zware dennenbossen

‘s zomers beklommen ‘s winters de kale heuvels

om ver te kunnen kijken wat zagen we

 

we keken naar de sterren in de verte

gaven ze mooie namen als

als ze die al niet hadden

 

we lazen het asgrijze verleden

we lazen de roetzwarte toekomst

ertussen zat zo goed als niets

 

op een onzekere dag zagen we een vrouw

met een tomaatrode kinderwagen

in de regen en later weer

 

dezelfde vrouw treurig zo treurig

en zeer terneergeslagen

bij een graf prachtig in de zon

 

we telden de flesgroene golven van de zee

we zochten tussen de kille zwarte stenen

in het afgaande water

 

en in het warme witte zand

we vonden niets van waarde

we hadden niets beloofd

 

aan niemand niet