woensdag 28 september 2011

Het was in de tijd

 

 

Het was in de tijd

dat het reizen langzaam

ging. Je ging na of je koffer

goed dicht zat, deed er voor de zekerheid

een koordje om. Aan het koordje

een papieren label met daarop

voorletters en achternaam. Straatnaam,

huisnummer, woonplaats, land, wereld.

Je liep over het sintelpad

naar het perron. De trein zou wel

komen en stoppen. Een horloge had je niet.

De klok op het perron stond stil.

Planten met pluisjes groeiden

tussen de tegels. 

De ochtendzon scheen in een stukje glas.

Niet expres. Wel precies. De rails

blonken. Een bruine vogel hipte daartussen

heen en weer, pikte af en toe in het steenslag.

Zocht hij iets? Hoorde hij ook de krekel

die zo hard snerpte? Zocht hij die krekel?

In je zak een kartonnen kaartje.

Enkele reis, derde klasse.

Je pak kriebelde, je das zat te strak.

Je schoenen waren nu al stoffig

en ze knelden een beetje.

Reizen ging langzaam,

groeien snel. In die tijd

reisde je nog alleen

en je wilde eigenlijk nergens heen.

 

 

dinsdag 27 september 2011

Stilleven met zes woorden

(fles, appel, vis, mes, krant, tafel)

 

1.Fles. Donkergroen met glimlichtjes op hals en buik. Geen kurk, geen ziel, geen etiket. Wel schaduw, tot over de krant ( zie onder 5).

2. Appel. Rood en geel en rijp, het donkerbruine steeltje omhoog. Om het steeltje een vage lichtcirkel.

3. Gerookte vis, koperkleurig. Kieuw en vinnen bruin, haast zwart met wat paars. Het oog cadmiumgeel donker, citroengeel, en zwart, een heel klein tikje wit: een en al verbazing: O, al ziet het niets.

4. Mes. Puntig. Nooit gebruikt. Houten handvat met twee nikkelen klinknageltjes of schroeven. Het gladde lemmet met het mes geschilderd, waarschijnlijk in één haal, met veel zinkwit.

5. Vergeelde krant met onduidelijke berichten en een vage foto die iets weg heeft van een portret, maar slechts uit een paar veegjes verf bestaat. Ezelsoren, met wit gehoogd.

6. Tafel. Kleine, eenzame, harde houten wereld. Spijkers. Slagschaduwen. Achtergrond neutraal, grijzen en okers. Hier en daar wat ingeschoten. Lichtbron onduidelijk, het kan een denkbeeldige maan zijn of een lamp, schuin van links. Op de tafelrand een paraaf die ons niets zegt, in rood.

 

 

dinsdag 20 september 2011

Avond

 

Ik woon niet ver van de zee.

Een grijze wolk komt mij erop wijzen

dat ik grijs ben. De wind blaast

bladeren van het kromme mispelboompje.

 

Alles wijst hier dezelfde kant uit.

De zon staat al laag, onduidelijk wit.

Een zwarte vogel trekt in één haal

een wijnrode worm uit het gazon.