woensdag 9 juni 2010

LATEN WE DRINKEN


 

( litanie of  gebed zonder einde, met dank aan onder anderen: Rousseau, Chastellux, Bentham, Helvétius, zij geven gewicht aan dit gedicht)

 

 

Laten we drinken op de ratten. Laten we drinken.

 

Laten we drinken op de ratten die het schip verlaten. Laten we drinken.

 

Op de kapitein wiens naam mij nu ontschiet. Laten we drinken.

 

Op de kapitein, die blijft, al is zijn schip aan het zinken. Laten we drinken.

 

Op het orkest dat speelt, het water aan de lippen. Laten we drinken.

 

Op het orkest dat onder water doorspeelt. Laten we drinken.

 

En maar doorspeelt. Laten we drinken.

 

Hoor hoe de klaroenen en de klarinetten klinken! Laten we drinken.

 

En de trombone! Laten wij drinken.

 

En die piano, onder water! Laten we drinken.

 

Op de zee. Laten we drinken.

 

Op de zee en  haar golven en het eeuwige geruis dat zij zelf niet hoort. Laten we drinken.

 

Op het eeuwige zoute gezing en gezaag van de zee. Laten we drinken.

 

Op de zee die uitzinnig uit zichzelf tevoorschijn schiet en daarna zichzelf weer gulzig opdrinkt. Laten we drinken.

 

Laten wij drinken op de vissen en alles wat wemelt en krioelt in het water.

Laten we drinken.

 

Op de krab en de kreeft. Laten we drinken.

 

Op de lieve heremietkreeftjes die gedoemd zijn alleen te leven. Laten we drinken.

 

Geen idee of zij drinken. Laten we drinken.

 

En op de oester. Laten we drinken.

 

Op de oester, desnoods gezien als seksueel symbool, al of niet met citroen. Laten we drinken.

 

Op de oester en de langoest. Laten we drinken.

 

Op de inktvis die, en daarin lijkt hij op een schrijver, zich verschuilt in zijn bruinzwarte inkt. Laten we drinken.

 

Op de zeekomkommer. Laten we drinken.

 

Op de zwarte zeekomkommer die detritus van de bodem graast en die een hevige irritatie veroorzaakt als je hem aanraakt. Laten we drinken.

 

Vergeten wij de zeekomkommer die, hij kan er niets aan doen, nogal op een dichter lijkt, laat hem maar stilletjes eten, dichten en drinken. Laten we drinken.

 

Op degenen onder ons. Laten we drinken.

 

Op degenen onder ons die geïrriteerd zijn en verveeld en moedeloos en dorsten

naar iets hogers of iets zwaarders.  Laten we drinken.

 

Op degenen die boven ons gesteld zijn en dus verveeld en radeloos. Laten we drinken.

 

Op degenen die we de volgende maal gaan kiezen. Laten we drinken.

 

Op degenen die wij de volgende keer als een baksteen laten vallen. Laten we drinken.

 

Of die lekker vanzelf op hun bek gaan. Laten we drinken.

 

Op degenen die ons bloed wel kunnen drinken. Laten wij drinken.

 

Op degen die op ons gesteld zijn, maar het niet weten. Laten we drinken.

 

Op hen die door te verlangen en maar te verlangen zich tot slaaf van hun verlangens hebben gemaakt. Laten we drinken.

 

Op de soevereinen Pijn en Genot aan wie wij allen onderworpen zijn en die ons voorschrijven wat wij zullen denken, en die bepalen wat wij zullen doen en laten, en er blijkbaar genoegen in scheppen ons te begiftigen met een voortdurend onbehagen dat maar blijft knagen, knagen. Laten we drinken.

 

Want de geest kent geen voldoening. En altijd weer is er die afkeer en aldoor  is er dat verlangen en beide zijn er maar voorlopig. Want eeuwig is er de beweging  en alles lijdt ongetwijfeld aan de twijfel. Laten we drinken. 

 

Moge dit een poging wezen om ons bewustzijn te genezen. Laten we drinken.

 

*

 

Laat ons drinken. Laat ons drinken op degene die ons voor het eerst liet drinken. Laat ons drinken.

 

Die toe, toe, de tepel voorhield en een beroep deed op instincten. Laat ons drinken.

 

Op degene die in de nacht aan kwam draven met het lauwe flesje. Laat ons drinken.

 

Op de uitvinder van de schoolmelk, de limonade. Laat ons drinken.

 

Op de uitvinder van de fopspeen en het kromme ranjarietje. Laat ons drinken.

 

Op de uitvinder van de tuimelbeker. Laat ons drinken.

 

Heffen wij het glas en: laat ons drinken.

 

Op de blazer van het glas: laat ons drinken.

 

Op het schitterend gerinkel: laat ons drinken.

 

Op de blazer van de fles, die er zijn ziel en zaligheid in legde. Laat ons drinken.

 

En op de geest van liefde die ons elke keer weer flest. Laat ons drinken.

 

Op de groene liefde die te vroeg kwam. Laat ons drinken.

 

Op het briefje van niks dat uit de fles kwam. Laat ons drinken.

 

Het briefje van X, ondertekend met xxx. Laat ons drinken.

 

Op de liefde die te laat kwam of precies op tijd of desnoods helemaal niet. Laat ons drinken.

 

Op al die gevoelens die wij hadden. Laat ons drinken.

 

En op de gevoelens die we achteraf toch niet hadden. Laat ons drinken.

 

Op het blazen van de wind die zichzelf steeds wegblaast. Laat ons drinken.

 

Op de wolk die in de vorm van een zwijn aan de hemel verschijnt en voortraast. Laat ons drinken.  

 

Op de schenker van de wijn. Laat ons drinken.

 

Op de zuurzoete avondzon die de kleur van wijn heeft. Laat ons drinken.

 

Op het brood en op de vissen. Laat ons drinken.

 

De vissen zijn toch al genoemd, ja?  Laat ons drinken.

 

Op de noen die wel een nacht lijkt. Laat ons drinken.

 

Op de spons met de azijn waarin we uiteindelijk allen zullen moeten bijten. Laat ons drinken.

 

Laat ons drinken op degenen die ons zijn voorgegaan en alle betamelijke en tamelijk onbetamelijke nabestaanden. Laat ons drinken.

 

Op degenen die ons alles uitentreuren hebben voorgedaan (en niet alleen het drinken). Laat ons drinken.

 

Op de dingen die zich herhalen ( 3 maal herhalen). Laat ons drinken.

 

Ja, laat ons drinken, er is gewaarschuwd: ons schip is vanaf het begin al aan het zinken. Laat ons drinken.

 

( Laten we drinken op de ratten, zie boven)

 

 

*

 

 

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen