zondag 13 juni 2010

 

KLEINE WILLEM IN AUSTRALIË

 

Een bepaalde hoek in de tuin

wordt door onze kleinzoon Willem, die nu 4 is,

en die soms hier is, Australië genoemd.

Waarom, is niet helemaal duidelijk.

Het gaat om een plek waar rabarber groeit

en een moerbeiboompje staat. Vogels

vinden het een aantrekkelijk boompje.

Vooral ’s zomers als de vruchten rijp zijn

zoet en zwart en sappig. Staan daar ook

wat bloempotten, een zinken emmer,

een gieter die lek is, een oud glasraam.

Er loopt wel eens een hooiwagen of pissebed.

Volgens mij lijkt dat stuk tuin helemaal niet op Australië.

Sinds onze kleinzoon Willem weet

dat hij naar Australië gaat verhuizen

is echter veel Australië in zijn leven gekomen.

 

De verhalen die ik hem’s avonds,

als hij naar bed gaat vertel, moet vertellen,

gaan daarom nogal eens over Australië.

Zijn knuffel is een lichtblauwe kangoeroe.

Opa Wim, zegt hij dan, vertel maar over Australië.

Het verhaal moet  zich in dan in Australië afspelen

en gaat daarom ook nogal eens over kangoeroes

die daar dingen doen, haasje over spelen bijvoorbeeld,

en over roodkleurige Australische sprinkhanen

die hoger kunnen springen dan wie ook

en zo ft over de kangoeroes heen vliegen.

Dat is voor hen zo gemakkelijk als wat, ft,

een fluitje van een cent. Ze hebben rode vleugels.

 

Soms komt er uit een poel oranje modderwater

een grote zoutwaterkrokodil opduiken

die een eenzaam kangoeroetje wil opeten.

Dat is wel schrikken. Zoiets

kan kleine Willem nog net door de vingers zien.

Maar hij houdt absoluut niet van bosbranden.

Opa, zegt hij, die krokodil dat mag,

maar er mag geen bosbrand komen.

Dat eenmaal gezegd, mag er zelfs geen piepklein vuurtje

in het verhaal zitten, geen lucifertje mag er in rondwandelen. Zelfs niet

als er daarbij een geruststellend zwart regenwolkje

vol bluswater aan de helder blauwe Australische hemel verschijnt.

Of als er een olifant komt met zo’n praktische, lange snuit.

Met dat laatste is kleine Willem het helemaal niet eens.

Olifanten wonen volgens hem in Afrika, en niet in Australië.

 

Ik laat de kangoeroes aan het eind van het verhaal

dan maar gewoon in een kring zitten

rond een kampvuurtje dat uit is.

Het rookt niet eens. Het mag eigenlijk de naam

van kampvuur niet eens dragen.

Ze zingen dan een meerstemmig kangoeroelied

in het licht van een volle Australische maan.

 

Meestal gaat Willem daarop tevreden slapen.

Zijn Dromenland zal wel sterk op Australië lijken.

 

Vaag en ver, vaag en ver is het land dat Australië heet.

De nachten zijn blauw en de maan is er groen,

Denk nu niet dat ik jou ooit vergeet.

 

 

 

2 opmerkingen:

  1. wie zou zo'n opa, die zulke prachtige verhalen verteld, ooit kunnen vergeten... dat is gewoon onmogelijk.

    BeantwoordenVerwijderen