woensdag 27 januari 2010

Zeedruifje

 

 

Dieren die je nog steeds wel aan het strand ziet, zijn de zeedruifjes, kleine, doorzichtige bolletjes. In januari zag ik er al een paar, maar nu zie je ze soms in grote hoeveelheden op het strand liggen. Ik ben altijd blij als ik ze weer zie. Dat komt natuurlijk ook omdat ik ze mooi vind, maar het is ook de herkenning en de herhaling.

Het zijn wat eivormige, ballonachtige, kwalletjes. Ze kunnen mooi blinken en, als ze wat zonlicht vangen, zie je langs de randjes de zeven kleuren van de regenboog. Ze hebben acht van die randjes. Waarom acht? Dat moet je mij niet vragen. Ze hebben twee sliertjes waarmee ze in het water voedsel vangen, dat ze naar hun mond brengen. De mond moet aan de bovenkant zitten. Daar zit ook een orgaan dat ervoor zorgt dat ze naar hun gevoel de goede kant uitzwemmen. Raadselachtig is dat wel, want hoe weten ze dat ze de goede kant uitgaan?  Zwemmen doen ze met hele kleine trilplaatjes die op de acht ‘ribben’ zitten. Ze worden daarom ook wel ribkwalletjes genoemd. Volgens de boeken kunnen ze wel vijftig tot vierenvijftig kilometer per uur halen. Zo hard heb ik ze nog nooit zien zwemmen. Meestal zie je ze pas als ze aangespoeld zijn, want tegen de golven en de stroom kunnen ze waarschijnlijk niet veel inbrengen. Ze liggen dan maar gewoon op het zand, vlakbij het water te blinken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten