vrijdag 29 januari 2010

Dingen die ik dacht 2

 

Een vliegtuigbom kan door het dak maar niet door het matras. Je lichaam is gevuld met bloed en met harde dingen, dat zijn de botten. Vogels lijken op engelen, maar ze hebben geen armen. Eenden zijn hol. Muizen wonen onder de vloer. Ze hebben daar kamertjes en meubels net als wij, maar dan veel kleiner. Een kameel heeft de kleur van kaneel. Boven de i moet een puntje om hem pijn te doen. Geesten zijn net als vuur, maar dan onzichtbaar. De wind blaast zichzelf weg. De aardappelen in de wasteil willen eigenlijk dieren zijn, dat zie je aan hun staartjes. Een vlieger is een kruisbeeld. Opa heeft een snor omdat hij pijp rookt. Stekelbaarsjes vang je met een vork of een breinaald. Brandnetels moet je hard met een stok of een ijzeren elektriciteitsbuis slaan. Kogelgaten in muren groeien niet dicht, maar muren hebben geen pijn. Als je heel vlug bent, kun je over het water lopen. Roodkapje kende het verhaal van Roodkapje niet. Lucifers komen uit de hel. Olifanten zitten vol olie. Olifanten geven meer licht dan olielampen. Daarom schieten de Duitsers olifanten dood, maar zij hebben slurven met brandende olie.   

 

donderdag 28 januari 2010

 

Eerst nog wat eten

 

 

NAAR BED, NAAR BED

 

Het leven is nog een begin,

de tafel een huis, het huis

een heelal, de taal

een verhaal zonder einde

ongemerkt begonnen

nog maar net, de woorden

zijn nieuw, blinkend nat

pas verzonnen.

 

De wind blaast zichzelf

uit en weg, uit het licht

weg de zon, naar bed

naar bed…

 

Eerst nog wat eten:

witte pap in een wit bord, kijk

de pap wordt al etend

een gezicht !

 

Twee gaatjes, dat

zijn de ogen, dit gat

is de neus, en dit rondje

een mondje dat pap eet,

dat pap spuugt, pap, pap, pap,

zo je mond in.

 

Een hap voor opa, die naar kantoor is,

een hap voor papa die er vandoor is,

 

een hap voor het poesje, dat Lap heet,

een hap voor het kindje, dat pap eet.

 

een hap voor oma, die dood is

een hap voor zusje,dat groot is

 

en wat stout is, ze zegt dat de pap koud is

en zout is, maar hij is lauw en zoet en zacht.

 

Pap op je bord, het leven is kort,

hoe gauw komt de nacht!

 

Een hap voor de pap,

en een hap voor de pop

en dan is het op.

 

Kus op je wang,

slaap lekker lang!

 

En wees maar niet bang,

die schaduw is niets.

woensdag 27 januari 2010

 

Zeedruifje

 

 

Dieren die je nog steeds wel aan het strand ziet, zijn de zeedruifjes, kleine, doorzichtige bolletjes. In januari zag ik er al een paar, maar nu zie je ze soms in grote hoeveelheden op het strand liggen. Ik ben altijd blij als ik ze weer zie. Dat komt natuurlijk ook omdat ik ze mooi vind, maar het is ook de herkenning en de herhaling.

Het zijn wat eivormige, ballonachtige, kwalletjes. Ze kunnen mooi blinken en, als ze wat zonlicht vangen, zie je langs de randjes de zeven kleuren van de regenboog. Ze hebben acht van die randjes. Waarom acht? Dat moet je mij niet vragen. Ze hebben twee sliertjes waarmee ze in het water voedsel vangen, dat ze naar hun mond brengen. De mond moet aan de bovenkant zitten. Daar zit ook een orgaan dat ervoor zorgt dat ze naar hun gevoel de goede kant uitzwemmen. Raadselachtig is dat wel, want hoe weten ze dat ze de goede kant uitgaan?  Zwemmen doen ze met hele kleine trilplaatjes die op de acht ‘ribben’ zitten. Ze worden daarom ook wel ribkwalletjes genoemd. Volgens de boeken kunnen ze wel vijftig tot vierenvijftig kilometer per uur halen. Zo hard heb ik ze nog nooit zien zwemmen. Meestal zie je ze pas als ze aangespoeld zijn, want tegen de golven en de stroom kunnen ze waarschijnlijk niet veel inbrengen. Ze liggen dan maar gewoon op het zand, vlakbij het water te blinken.

maandag 25 januari 2010

zaterdag 23 januari 2010

 

Verschenen

OMDAT IK VANNACHT NIET SLAPEN KAN is het tiende en laatste deel in  de reeks PS Poëzie, een serie van speciale uitgaven die in de loop der jaren door Perfect Service is uitgegeven. Omslag en binnenwerk werden vormgegeven door Steven van der Gaauw. Eerder verschenen in  deze reeks: Ed Leeflang: EENDEN OP ÉÉN NACHT IJS; Willem Jan Otten: NEURIËNDE MENSEN; C.O.Jellema: LANGS DE VLOEDLIJN; Joke van Leeuwen: TUSSENTIJD; Rutger Kopland: STROOMDAL; Hester Knibbe: LICHTJAREN; Marjoleine de Vos: EEN KOE DAN; Huub Beurskens: SCHERVEN FLESSENGLAS; Anton Korteweg: MOEDIG NEERWAARTS.