Er is geen kleur ter wereld of hij zit op deze vogel; bek en poten zijn langer dan van welke vogel ook en van een buitensporig formaat in verhouding met het lichaam en het geluid dat hij maakt is het gezang van tientallen zwermen vogels tegelijk.
Het ei van deze vogel heeft een flink volume, is groter dan welk ei dat wij kennen, zelfs groter dan dat van de struis, dat al twintig maal groter is dan een kippenei, glanzend, wit met een vleugje roze. De schaal is enkele millimeters dik en hard en moeilijk door te pikken, dagenlang hoor je het kuiken werken, het ei rolt soms tikkend als een bom een eindje weg, hetgeen zelden een kwalijk gevolg heeft, er is geen nest: het ei wordt direct in het zand, in de zon gelegd.
Het kuiken lijkt eerst in het geheel niet op zijn ouders, het is kaal en grauw en paarsachtig wijnrood en nogal pukkelig, de ogen zijn als kopergroen en met maisgele ring omrand, waardoor het dier de indruk geeft een een brilletje te dragen, en het geluid dat het maakt is als het krassen van de tanden van meerdere vorken op etensborden, het kuiken geeft voortdurend overduidelijk te kennen te willen eten en geeft buitenstaanders steeds de indruk uitgehongerd te zijn.
Er is geen kuiken ter wereld dat zoveel en zoveel verschillende dingen blieft: insecten , kleine zoogdieren als muizen en mollen, vissen, padden, kikkers, slakken, wormen enzovoort, maar ook zaden, bessen, vruchten en allerhande ander plantaardig materiaal, als gebladerte, vers of dor, knolletjes, schors, algen, eendenkroos worden met graagte verorberd. De vraatzucht is groot en het voedsel wordt in grote hoeveelheden binnen luttele seconden geheel opgeslokt. Men heeft zelfs eens een kuiken papier zien eten , gekookte aardappelen, broodkorsten, peperkoek, gestold spekvet, eierstruif en allerhande ander keukenafval. Kieskeurig kan men de vogel zeker niet noemen.
De ouders houden het dier echter niet kort, maar wachten tot het zich tot het uiterste heeft opgewonden en krijst als een kat, zodat het kuiken de volgende maal nog harder schreeuwt, omdat schreeuwen blijkbaar loont: hoe harder en brutaler het te keer gaat, hoe groter portie voedsel dat het krijgt.
Het resultaat ziet men snel genoeg: al gauw komen uit het vel kleurige veertjes op en bij het mannetje het potsierlijke kuifje, de bek wordt steeds groter en de groei blijft praktisch het gehele vogelleven doorgaan en de poten worden alsmaar langer, de tenen nemen navenant in lengte toe. Zowel de buitensporige grootte van de bek als de bizarre lengte van de poten worden uiteindelijk de ondergang van het dier, ook van de vrouwtjes, al hebben zij meestal nog wel kans gezien een enkel ei te leggen.
Het einde van het dier is tragisch om te zien. Doordat nagels en tenen te ver uitgroeien en poten en snavel steeds in gewicht toenemen wordt het vliegen en het zich verplaatsen steeds penibeler. Op den duur kan de vogel met zeer veel moeite zich nog juist boven de grond verheffen, waarbij de poten door het zand blijven slepen. Uiteindelijk wordt dit zelfs door uitputting geheel onmogelijk. De slotfase van het vogelleven bestaat dan ook uit niets anders dan neerliggen en wachten op het einde. Een enkele maal zien we zo’n dier nog wanhopig met de snavel de grote slagpennen uit de vleugels plukken en zelfs stukjes van de teennagels snokken, als een laatste pogingen om zo aan een hongerdood te ontkomen.
0 reacties:
Een reactie plaatsen