zondag 31 mei 2009

 

 

vlokreeftje

Vlokreeftje

 

Levend, half levend op het strand tussen het wier, onder een plank.

Als ik die optil springen ping ping ping ping ping - denkbeeldige klank van een piano met punaises in de viltjes van de hamers- niet te tellen aantallen strandvlooien alle kanten uit. Zij zijn moeilijk te pakken. En als je er een vangt houdt hij zich doodstil. Plat lijfje, paarlemoerkleurig en

half doorzichtig, een buitenaards maansteenkiezeltje. Met zijn zielige oogjes kijkt hij je aan: laat me gaan, laat me gaan, alstublieft, u heeft alle macht. Angst bepaalde altijd al mijn leven en altijd ben ik aan het toeval overgeleverd. Laat het deze maal grootmoedig zijn.

 

 

Centrum

 

vrijdag 29 mei 2009

 

Water

Hans Verhagen

Gisteren, rond vijf uur in de namiddag kreeg Hans Verhagen (*1939 Vlissingen) in het Letterkundig Museum in Den Haag de P.C.Hooftprijs voor zijn po√ęzie. Bij wijze van dankwoord las hij vijf nieuwe gedichten voor. Het waren geen vrolijke gedichten. Het laatste gedicht had als titel: ergens anders. De laatste vier regels luiden:
 
Mooi weer`spelen was alles wat ik deed
en mijn lievelingen gaven evengoed de geest
Ooit zullen haar ogen mij hebben gezocht
maar ik moet ergens anders zijn geweest
 
Treurigmakende regels, ja, maar hij leek toch zeer ingenomen met de eervolle prijs.

 

 

 

 

dinsdag 26 mei 2009

DE RUPS EN DE SALAMANDER

 

Luchtbelletje

 

Een tuin. In de tuin een vijver, bij de vijver een appelboom, in de appelboom een klimroos, in de roos een rups. Wind, een windvlaag. De rups valt in de vijver. Voor de rups is de wind god. In de vijver een salamander die de rups ziet. De rups heeft kleurige stipjes en is  waarschijnlijk voedzaam.Voor de rups is het water de hel en de salamander Satan. Wat deed hij verkeerd. Hij zat op een roos en at misschien zes hapjes, meer niet. Dat merkt zo’n roos niet eens. En hij weet al wat hij wil worden, maar daar komt nu natuurlijk niets meer van.

 

 De salamander zwemt behoedzaam op de rups af, beweegt even zijn staart, neemt de rups dwars in de bek. Hebbes. Hij neemt hem mee naar dieper water tot bij de wolken van zachtgroene alg. Hij laat de rups even los en begint hem op te eten, de kop eerst. Medelijden kent hij niet.Is de kop het lekkerste of juist niet en komt het lekkerste pas het laatst?. Als de rups beetje bij beetje is heengegaan, en langzaam in maagzuur wordt omgezet tot een soepje, komt uit de bek van de salamander een luchtbelletje. Het is niet erg groot. Zoiets: o

 

zondag 17 mei 2009

De worm de spin de zilveren distelpluizen

 

 

 

de worm

die zich door

het witte vruchtvlees knaagt

en niet weet dat de appel

straks vallen zal

de spin

die aan zijn draad

maar wat graag

in vervoering

door zijn hoge hemel zweeft

de zilveren distelpluizen

die opeens met tientallen tegelijk

losraken van hun plant

alsof een onzichtbare hand

een berispend teken geeft

de vlieg

die zoemt en zoemt

voor de keukenruit

en telkens weer zijn kop stoot

zoemt doet

alsof zijn neus bloedt zoemt

en zoemt zijn verhaal

kent geen herhaling

het verleden

dat alsmaar vraagt

en naderbij komt

nog niet nog niet

nee nog niet

de gedachten

die een uitweg zoeken

de mieren in hun werkkamp

de lange trein die eindeloos lang

door een duistere tunnel rijdt

de hete spijs

die door de slokdarm glijdt

het zaad

dat in een schoot

zijn prooi grijpt

het eeuwige gif

dat razend links

rechts door de aders loopt

de opgetogenheid

die in zwartgalligheid verkeert

of omgekeerd

elk geheim kent zijn rijm

en hoe groot en diep en vaag

kan weemoed zijn

een bloedster

op een gescheurde kaart geen weg

te zien geen hoogtelijnen

slechts schaduwen

van schaduwen

komt op

een maan

wazig

in verbandgaas

de zon

verdwijnt

kwijnt weg

achter iets dat hij zelf

onzichtbaar maakt

 

 

Camping